Amsterdamse haven op TV!
Op donderdagavond 21 april 2005 vonden de TV opnames plaats voor het RTL 5-programma ‘Nederland in Bedrijf Maritiem, Haven Amsterdam’. De Havens van Amsterdam werden in de picture gezet. RTL 5 bestede in een TV uitzending van het programma ‘Nederland in Bedrijf Maritiem’ speciale aandacht aan deze havenregio. Voor deze bijzondere happening waren alle leden van de Havenclub uitgenodigd voor het bijwonen van de opnames. Een unieke gelegenheid om ook eens achter de schermen te kijken. Dit betekende dan ook een andere invulling van de clubavond, op een andere locatie, namelijk WTC Amsterdam.
Het programma van de clubavond zag er als volgt uit:
- 19.15 – 20.00: Inloop; koffie en thee (Conferentiezaal)
- 20.30 – 22.00: Opnames (Centrale hal in toren H/I)
- 22.00 - …: Borrel; voor eigen rekening (Blauwe Engel)
Een aantal organisaties werden geïnterviewd, waaronder Waterland Terminal, Koopman Car Terminal, GHA, VCK, Oiltanking, Graniet Import, en de Ceres Terminal. Daarnaast werd er een portret van Richard Ter Haak gemaakt. De opnames waren niet live, de uitzending vond plaats op zondag 24 april om ongeveer 21.00 op RTL 5.

Een speciaal verslag van de TV opname 'Nederland in Bedrijf Maritiem', waarbij de Amsterdse haven in de picture werd gesteld. Met grote dank aan - inmiddels overleden - Havenclublid Albert Boes!
De Amsterdamse havensector vormt toch wel een zeer apart deel van ons bedrijfsleven. Dat overdacht ik na een paar uur als “klapvee” te hebben gefungeerd voor de opnames die onlangs werden gemaakt in de reeks “Nederland in Bedrijf Maritiem” voor RTL-5 in het Amsterdamse WTC. Nou, geklapt werd er voor de prominenten die hun zegje kwamen doen over de Amsterdamse haven. Deze avond werd geopend door de Amsterdamse havenwethouder Mark van der Horst en afgesloten door het “Het kleine café aan de haven”, gezongen door het Weesper Trekvaart Mannenkoor; dit na een interview met “ Tweede Kamerlid Roland Kortenhorst.
Een avondje RTL-5 “Nederland in Bedrijf Maritiem, Haven Amsterdam”
Tineke Verburg wist een plezierig sfeertje te bouwen in de centrale hal van het WTC, die zowaar iets van de Amsterdamse “bruine kroeg” had gekregen. De opnames speelden zich af tegen de achtergrond van een fors bemeten bar, waar gul werd geschonken door barman Titus. Verder had de hal een extra maritiem accent gekregen door de opstelling van verschillende fraaie scheepsmodellen van flink formaat (zoals van de gloednieuwe “Suomigracht” van het oer-Amsterdamse scheepvaartbedrijf Spliethoff). Als er iets duidelijk werd tijdens die opnamen, dan was het wel de aanwezigheid van een stevig netwerk van persoonlijke contacten. Er was dan ook weinig nodig geweest om de ruim bemeten hal van het WTC te laten bevolken met “havenmensen” (voor een niet onaanzienlijk deel lid van de Amsterdamse Havenclub).
Tineke Verburg (zelf een fors bemeten dame met een lengte van zo’n 1,90 m!) speelde handig in op het Calimero-effect dat in Amsterdamse havenkringen duidelijk aanwezig is met een mega-haven op nog geen tachtig kilometer zuidelijker. Mark van der Horst merkte in dat verband fijntjes op dat Amsterdam (tezamen met de Noordzeekanaalhavens van Zaandam, Beverwijk en IJmuiden) toch nog altijd de vijfde haven van Europa is. En aan die havenactiviteiten wordt naar verhouding aanzienlijk meer verdiend dan in Rotterdam. Daar houdt men ‘maar’ driemaal zoveel over aan de havenactiviteiten dan in Amsterdam. Dit omdat er in de Amsterdamse regio veel meer “gedaan” wordt met de overgeslagen lading. Als voorbeeld: in de havens komen de cacaobonen binnen, terwijl een flink deel daarvan als chocoladerepen de regio weer verlaat. De havenactiviteiten vormen dan ook de derde “banenmotor”, dit ná de financiële dienstverlening en alles wat met Schiphol samenhangt. Bij elkaar werken er rechtstreeks zo’n 38.000 mensen in de havens, terwijl een zelfde aantal indirect erbij betrokken is.
Havenbedrijvigheid
Uiteraard kwamen directieleden van verschillende havenbedrijven aan het woord, zoals van VCK (vertegenwoordigd door Gerben Matroos – met zo’n familienaam moet je toch wel iets doen in de scheepvaartsector!), de Waterland Terminals, Ter Haak en niet te vergeten de Ceres Container Terminal. Pieter Bas Bredius bleek er nog steeds de moed in te houden dat daar binnen enige maanden regelmatig containers zullen worden overgeslagen. Het is een kwestie van lobby’en en lobby’en, kan worden geconcludeerd; dit ondanks de congesties op het gebied van het containervervoer in Rotterdam en Antwerpen en de onstuimige groei daarin. Desondanks lukte het tot nu toe niet om een containervaartrederij Amsterdam als vaste bestemming te laten kiezen. Hans Gerson, directeur van het Amsterdamse Havenbedrijf benadrukte ook nogeens dat het in de haven vooral gaat om de internationale scheepvaart zo goed mogelijk te bedienen en verder mogelijkheden te scheppen dat er in de regio zoveel mogelijk met de lading wordt gedaan. Zoals de overslag van sojabonen en de verwerking ervan die in Amsterdam op grote schaal plaatsvindt. Uiteraard kwamen ook de plannen voor de tweede grote sluis in IJmuiden langsdrijven. “Gewoon een kwestie van tijd voordat men in Den Haag beseft dat die nodig is”, aldus Hans Gerson.
De interviews werden gelardeerd met filmpjes die “op locatie” waren gemaakt door reporter Danny Rook, zoals bij de Koopman Car Terminals waar jaarlijks zo’n 100.000 auto’s met grote en kleine “car-carriers” worden aangevoerd. Vervolgens worden die auto’s naar de diverse dealers afgevoerd. Voordat dit zover is, moet er nog heel wat aan de auto’s worden gedaan, zoals het wassen ervan, het repareren van schaden, opgelopen tijdens het vervoer vanuit “Verweggistan” en het uitvoeren van modificaties in opdracht van de afnemers. Het aanvoeren van lading is één, maar het afvoeren ervan is weer een ander verhaal. Kees de Vries van het Bureau Binnenvaart benadrukte dat de binnenvaart daarop alert inspeelt. In tegenstelling tot het wegvervoer, is er nog genoeg reserve-capaciteit in de binnenvaart om sterk toenemende goederenstromen te kunnen verwerken. Amsterdam krijgt dit jaar als primeur dat het eerste droge lading-binnenvaartschip met eigen laadgerei er in bedrijf wordt gesteld.
Dienstverlening
Op het gebied van dienstverlening spelen de Amsterdamse havenactiviteiten ook een belangrijke rol. Hierover deed Arnold Tyssen van de Rabo Bank een boekje open. Er wordt namelijk heel wat geïnvesteerd in het havengebied. “Wij zijn van oudsher op voedsel georiënteerd. In de Amsterdamse haven worden allerlei grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten in de voedingsmiddelensector overgeslagen. Daarvoor zijn bijvoorbeeld regelmatig nieuwe loodsen nodig en die financieren wij”, aldus de heer Tyssen.
Onderwijs speelt ook een belangrijke rol in de maritieme sector. Directeur Jan Wieger Hof van de Maritieme Accademie in IJmuiden (ooit gevaren als stuurman in de wilde vaart): “We hebben zo’n 1100 leerlingen in onze VMBO-, MBO en HBO-afdelingen. Zij volgen zowel opleidingen voor varende, oftewel “natte” beroepen, als voor “droge” (het uitvoeren van haven gerelateerde werkzaamheden)”. Met enige trots presenteerde de heer Hof marof-studente Nienke, één van de tien (!) vrouwelijke studenten van dit opleidingsinstituut. De animo om te gaan varen neemt in Nederland zodanig af dat ook de Maritieme Academie over de grenzen kijkt. Zo begeleidt men bijvoorbeeld zeevaartopleidingen op de Philipijnen. Leerlingen daarvandaan (en ook andere landen) volgen regelmatig stages in IJmuiden.
Ook een Kamerlid is in feite een dienstverlener. Dat kon opgemaakt worden uit het interview met Roland Kortenhorst. Hij benadrukte het belang van de industrie in Nederland, waarin nog altijd zo’n miljoen mensen hun brood verdienen. De industrie wordt in Nederland naar zijn mening niet voldoende gewaardeerd. Bovendien is aan elke baan in de industrie een tweede gekoppeld. Uiteindelijk is er slechts een beperkte werkgelegenheid in Nederland voor hoogwaardige dienstverleningsactiviteiten! Bovendien is 70 % van wat Nederland in het buitenland verdient, uit de industrie afkomstig. Als zijn belangrijkste taak ziet Kortenhorst: de industrie (die het moeilijk heeft in Nederland) een steuntje in de rug geven. Het gaat daarbij onder andere om ervoor te zorgen dat Nederlandse ondernemers niet de dupe worden van concurrentie-vervalsing vanuit het buitenland. En om ervoor te zorgen dat nationale regelgevingen in de pas blijven met buitenlandse om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven in een ongunstige positie terecht komen. Om voldoende “voeling” te houden met het Nederlandse bedrijfsleven, onderhoudt Kortenhorst intensief contacten met het bedrijfsleven (zoals regelmatig blijkt uit zijn “columns” in onder andere “Schip & Werf/De ZEE” en het maritieme maandblad “De Blauwe Wimpel”).
Drie dagen later kon het resultaat van de opnamen gedurende de TV-uitzending van een uur worden bekeken. Op het scherm ervaar je dat toch heel anders, dan wanneer je bij zo’n opname aanwezig bent!
ING. ALBERT J. BOES
Klik hier voor een fotoimpressie van de dag.
| < Vorige |
|---|




